Op deze pagina:
Wat is screening?
Opsporen of screenen is selecteren.
Bij screening wordt met een screeningsinstrument (een test) onderzocht of een persoon bepaalde risicofactoren (een “aanleg”) voor een ziekte, of de ziekte zelf heeft. Die persoon heeft op het moment van de test in principe geen gezondheidsklachten die te maken hebben met de ziekte die wordt opgespoord.
Terug naar boven
Wat is een bevolkingsonderzoek?
Een bevolkingsonderzoek is screenen, maar dan op een veralgemeende en gestructureerde manier.
Concreet wil dit zeggen dat bij een bevolkingsonderzoek:
- de screening gericht is tot een vooraf duidelijk omschreven groep mensen: de doelgroep;
- de screening gebeurt op het initiatief van het zorgsysteem (dus niet naar aanleiding van een zorgvraag);
- deelname aan de screening vrijwillig is (geen verplichting);
- het aanbod om te screenen een systematisch karakter heeft: het is de bedoeling iedereen van de doelgroep te bereiken, bijvoorbeeld door een persoonlijke uitnodiging te sturen of door openbaar of via hulpverleners promotie te maken voor het bevolkingsonderzoek;
- de personen in de doelgroep (nog) geen gezondheidsklachten of symptomen hebben vastgesteld die te maken hebben met de ziekte waarvoor gescreend wordt;
- de screening tot doel heeft het risico op een ziekte te verkleinen of de gezondheidsschade door ziekte te verminderen;
- het doel van de screening is de personen te vinden die meer baat dan nadeel zullen hebben bij verder medisch onderzoek of een behandeling: hierbij wordt een evenwicht gezocht tussen het vinden van voldoende afwijkingen en het niet onnodig ongerust maken van personen.
Terug naar boven
Wanneer een bevolkingsonderzoek?
In het belang van de volksgezondheid is het best alleen een bevolkingsonderzoek aan te bieden als voor de doelgroep de voordelen opwegen tegen de nadelen.
De Vlaamse overheid streeft er op de eerste plaats naar ziekten zo veel mogelijk te voorkomen. Dat kan door gezond te leven, zich te laten vaccineren, of te zorgen voor een gezonde omgeving. Vaak volstaat dat echter niet. Ook zijn niet alle risicofactoren voor het ontstaan van een bepaalde ziekte gekend of te beïnvloeden. In die gevallen komt het er op aan om risicofactoren voor een ziekte of de ziekte zelf tijdig op te sporen.
Voor bepaalde ziekten is het zinvol te screenen vóór er klachten optreden. Dat is het geval als is aangetoond dat men daardoor nare verwikkelingen kan vermijden of een grotere kans heeft op herstel.
Screenen heeft echter ook nadelen. Geen enkel screeningsinstrument is perfect. Een aantal gevallen worden gemist, wat meestal pas later blijkt, als de ziekte zich verder ontwikkelt. Men spreekt dan over een vals negatief testresultaat. Die personen worden dan ten onrechte gerustgesteld.
Het andere uiterste is dat een test ten onrechte als afwijkend wordt beschouwd. Dat de test vals-positief is, blijkt dan later uit de verdere onderzoeken. Die persoon wordt in dat geval onnodig ongerust gemaakt en er gebeuren vaak onnodige onderzoeken of zelfs onnodige behandelingen.
Het screeningsinstrument zelf, de test voor de diagnose of de behandeling kunnen ook verwikkelingen met zich meebrengen. Daarom is niet alles wat op te sporen is, is ook zinvol om op te sporen.
Bij bevolkingsonderzoek worden in principe alle personen uit de doelgroep gescreend. Toch is op voorhand geweten dat slechts enkele personen er de voordelen van zullen ondervinden (omdat de ziekte bij hen vroeger gevonden wordt). Het is mogelijk dat de nadelen van screening, rekening houdend met de hele doelgroep, daarom zwaarder wegen dan de voordelen. In dat geval is het beter om niet te screenen, en dus zeker ook om geen bevolkingsonderzoek te organiseren.
Terug naar boven
Vlaams beleid inzake bevolkingsonderzoek
Het doel van het Vlaams beleid over bevolkingsonderzoek is te zorgen voor een goede kwaliteit van de aangeboden bevolkingsonderzoeken en de bevolking te beschermen tegen screening die niet wenselijk is of onvoldoende kwaliteit biedt.
Voordat een bevolkingsonderzoek wordt aangeboden moeten de zinvolheid, de wetenschappelijk onderbouw en de maatschappelijke relevantie ervan goed worden afgewogen.
Juridische basis
In artikel 31 van het decreet van 21 november 2003 betreffende preventieve gezondheidszorg is een juridische aanzet gegeven voor het voeren een Vlaamse beleid inzake bevolkingsonderzoek.
De uitgangspunten, voorwaarden, instrumenten en procedures om dat beleid te voeren zijn omschreven in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 betreffende bevolkingsonderzoek in het kader van ziektepreventie.
Terug naar boven
Wie kan het initiatief nemen om een bevolkingsonderzoek aan te bieden?
De minister kan, namens de Vlaamse Regering, het initiatief nemen om een bevolkingsonderzoek op te starten.
Ook groeperingen of organisaties kunnen een initiatief nemen om een bevolkingsonderzoek te organiseren, zoals de mutualiteiten, de gezondheidsraad van een gemeente, een groep huisartsen of specialisten, een universiteit of een bedrijf. In dat geval moet de initiatiefnemers een toestemming voor bevolkingsonderzoek vragen aan de Vlaamse minister.
Enkel bevolkingsonderzoeken namens de Vlaamse Regering en bevolkingsonderzoeken georganiseerd door derden met toestemming van de minister, zijn in Vlaanderen toegestaan.
Terug naar boven
Hoe een aanvraag tot toestemming indienen?
Groeperingen of organisaties kunnen een aanvraag tot toestemming voor bevolkingsonderzoek indienen bij de minister op het adres van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid. De aanvraag gebeurt via het formulier "aanvraag tot toestemming voor een bevolkingsonderzoek in het kader van ziektepreventie" (DOC, 364 kB).
De Vlaamse werkgroep Bevolkingsonderzoek kan bijkomende informatie opvragen of de aanvrager uitnodigen voor een toelichting.
Terug naar boven
Vlaamse werkgroep Bevolkingsonderzoek
Op 6 november 2009 werd een Vlaamse werkgroep Bevolkingsonderzoek opgericht. 20 deskundigen werden benoemd voor een periode van 5 jaar om de minister te adviseren over bevolkingsonderzoek in Vlaanderen:
- Prof. dr. Lieven Annemans
- Dr. Marc Arbyn
- Prof. dr. Bettina Blaumeiser
- Prof. dr. Lutgart Braeckman
- Dr. Michiel Callens
- Prof. dr. Christiane De Boeck
- Prof. dr. Kris Dierickx
- Dr. Frans Govaerts
- Dhr. Joeri Guillaume
- Prof. dr. Karel Hoppebrouwers
- Prof. dr. Koen Milisen
- Dr. Vera Nelen
- Dr. Veerle Piessens
- Mevr. Veerle Stevens
- Dhr. Maurice Vanbellinghen
- Dr. Elizabeth Van Eycken
- Prof. dr. Guido Van Hal
- Mevr. Griet Verhesen
- Dr. Ilse Weets
- Prof. dr.Joost Weyler (voorzitter)
De oprichting is bepaald in het ministerieel besluit van 6 november 2009 tot oprichting van de Vlaamse werkgroep Bevolkingsonderzoek.
Terug naar boven
Opdracht van de Vlaamse werkgroep Bevolkingsonderzoek
De werkgroep geeft advies aan de Vlaamse minister over onder meer de verschillende initiatieven van bevolkingsonderzoek en de initiatieven van de Vlaamse overheid zelf. Zo kan de minister een onderbouwde beslissing nemen om een bevolkingsonderzoek al dan niet toe te laten en eventueel bijkomende voorwaarden verbinden aan een toestemming.
De Vlaamse werkgroep Bevolkingsonderzoek evalueert een initiatief tot bevolkingsonderzoek op basis van een vaste set van criteria, en gaat na in welke mate een initiatief beantwoordt aan de minimumvereisten voor kwaliteitsvol bevolkingsonderzoek.
Terug naar boven
Beoordelingscriteria voor initiatieven tot bevolkingsonderzoek
De vaste set van criteria voor beoordeling van initiatieven tot bevolkingsonderzoek hebben betrekking op:
- de ziekte of aandoening;
- de doelgroep;
- het screeningsinstrument en de toepassing ervan;
- de diagnose, behandeling of andere zinvolle en verantwoordelijke handelingen;
- het volledige bevolkingsonderzoek.
Die criteria zijn onderverdeeld in subcriteria. De subcriteria zijn opgesomd in de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2009 betreffende bevolkingsonderzoek in het kader van ziektepreventie.
De wijze waarop de Vlaamse werkgroep Bevolkingsonderzoek die criteria hanteert en tot een advies komt, is omschreven in het huishoudelijk reglement van de werkgroep.
Terug naar boven
Adviezen van de Vlaamse werkgroep Bevolkingsonderzoek
De adviezen van de werkgroep zullen hier chronologisch gepubliceerd worden.
Terug naar boven
Beslissingen van de minister over aanvragen tot toestemming voor bevolkingsonderzoek
De beslissingen van de minister zullen hier chronologisch gepubliceerd worden:
Terug naar boven
Bevolkingsonderzoeken in Vlaanderen
Bevolkingsonderzoek naar borstkanker
Vrouwen van 50 tot en met 69 jaar kunnen elke 2 jaar een screeningsmammografie van de borsten laten nemen.
Lees meer over het bevolkingsonderzoek naar borstkanker
Pilootproject bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker
Sinds maart 2008 loopt er ook een pilootproject naar dikkedarmkanker, op initiatief van de minister. Het project onderzoekt of het haalbaar is om in heel Vlaanderen een bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker te organiseren.
Het proefproject loopt tot 31 oktober 2010. Het eindrapport met de evaluatie over het bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker en de haalbaarheid ervan wordt verwacht tegen 31 januari 2011.
Lees meer over dit proefproject op www.dikkedarmkanker.be
Systematische neonatale opsporing van aangeboren stofwisselingsziekten
Alle pasgeboren baby’s kunnen in hun eerste levensdagen (tussen 3 en 5 dagen na de geboorte) getest worden op 11 aangeboren stofwisselingsziekten. Dat gebeurt via onderzoek van een bloedstaal. De kosten van het onderzoek worden door de Vlaamse overheid betaald.
Lees meer over stofwisselingsziekten en neontale screening
Opsporen van baarmoederhalskanker
Momenteel is er nog geen Vlaams bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Wel wordt dergelijk bevolkingsonderzoek voorbereid. Het is de bedoeling dat alle vrouwen van 25 tot en met 64 jaar om de 3 jaar een uitstrijkje van de baarmoederhals laten nemen.
Bevolkingsonderzoeken in Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB) en Kind en Gezin
Volgens het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 betreffende bevolkingsonderzoek in het kader van ziektepreventie wordt het opvolgen van de parameters voor de evolutie van de groei en ontwikkeling van kinderen en ongeboren kinderen, niet aanzien als bevolkingsonderzoek.
Wel worden in de consultatiebureaus van Kind en Gezin en de Centra voor Leerlingenbegeleiding kinderen en jongvolwassenen op systematische wijze gescreend, bijvoorbeeld op vlak van gehoor, zicht en andere afwijkingen.
Artikel 6 van hetzelfde besluit bepaalt dat bestaande bevolkingsonderzoeken die in het kader van andere Vlaamse regelgeving georganiseerd worden in de Centra voor Leerlingenbegeleiding en in de consultatiebureaus van Kind en Gezin, vrijgesteld worden van toestemming door de minister. Nieuwe screeningsinitiatieven binnen die organisaties moeten wel voor toestemming aan de minister worden voorgelegd.
Terug naar boven